maandag 18 oktober 2010

De Gijsbrecht van Amstelstraat in de loop der jaren.

door G. van Bokhorst.


In 1924 bij het 500-jarig bestaan van Hilversum bezocht koningin Wilhelmina en de vijftienjarige prinses Juliana het feestvierende Hilversum.


Op het einde der vorige eeuw was de Koningsstraat - oudtijds het Krakebeen genoemd - de uiterste zuidgrens van het dorp. Op het hoogt van de Taludweg, toen nog maar een mul en vaak modderig zandpad naar het Rooie Dorp, was bij helder weer de Utrechtse Dom heel duidelijk zichtbaar.


Het Rooie Dorp.

Buurt (32) in de wijk Zuidwest in Hilversum.
Buurtgrenzen (beginnend bij oostelijke grens, met de klok mee):
Loosdrechtseweg - Gijsbrecht van Amstelstraat - Gooise Vaart.
Het oorspronkelijke, kleinere, Rode Dorp bestond uit 76 woningen, opgericht door de Hilversumsche Bouwvereniging in de periode 1868-1880.
De woningen waren bestemd voor de arbeiders van de in 1868 opgerichte Hilversumsche Stoom Spinnerij en Weverij (HSSW).
De huizen werden gebouwd in 2 blokken tussen Bodemanstraat-Loosdrechtseweg-Heidestraat-Reestraat.
De naam Rooie Dorp komt òf van de rode dakpannen òf van het door de straten stromende rode (verf)water afkomstig van de fabriek.
Van de 19e eeuwse arbeiderswoningen zijn er nog enkele aanwezig.


Arbeiderswoningen aan de Bodemanstraat rond 1970.
De Hilvertsweg liep vanaf de haven een eindje de hei in en de Neuweg was slechts tot aan de Koningsstraat bebouwd. Als de boer, die op het Hoogt van 't Kruis woonde, 's avonds zijn licht ontstak kon men dat ter hoogte van het Kantongerecht goed zien. In het verlengde van dit korte stukje Neuweg bouwde men in 1895 in de rimboe een rij huizen die de naam Lombok kreeg. Wie daar naar toe moest mocht wel brood en koffie meenemen. Zó ver lag deze buurtschap buiten de bebouwde kom, begrijpt men? Voorbij dit Lombok was de bloemisterij van F. Schut met een vrij en ruim uitzicht naar het Hoogt van 't Kruis en Loosdrecht. Maar geleidelijk aan werd het dorpsgedeelte begrensd door Hilvertsweg, Neuweg en wat nu de Gijsbrecht is, volgebouwd. Alle straten werden naar bloemen genoemd en zo ontstond de 'Blommetjesbuurt'.

Het hoogt van het kruis: weergeven op een grotere kaart.

De Gijsbrecht was toen het eind van de bewoonde wereld. Toen kleermaker E. ten Harkel uit het Ruiterse Bosje naar de Gijsbrecht verhuisde vroeg menigeen zich schouderophalend af wat de man in deze negorij toch te zoeken had.


Dicht bij de Eikbosserweg stond eenzaam de boerderij van Nieuwenhuizen, die zijn koppel ganzen op een veldje bij de Silenestraat liet rondscharrelen. Van hieruit voerde een weg van wagensporen langs het Victoriaterrein, waarop nu de Wilhelminaschool staat, naar de Utrechtseweg. Tussen Bosdrift en Oude Loosdrechtseweg stond aan de rechterkant een rij hoge huizen en iets verder aan de linkerkant is een tweetal woninkjes die nu de nummers 257 en 259 hebben. Iets verder lag eenzaam de boerderij van J. van der Laak, weet men nog? Op de hoek van de Oude Loosdrechtseweg stond toen ook een rijtje hoge huizen, waarin o.a. de diamantbewerkers Nathans, Lopes Dias en Wagenfeld woonden. Zij haalden bij van der Laak hun melk en een maaltje groente voor niet al te duur. Deze taaie rooie rakkers hebben in de gemeenteraad nog een voorname rol gespeeld. Voorbij de Oude Loosdrechtseweg was dan nog de kwekerij van Peet en het voetbalveldje van 'Velox', de club van de 'Rooiedorpers'. Ook stond er nog het zogenaamde kruithuisje van de oude, roemruchte schutterij. Maar dat was dan ook hoopje al, want de rest was nog maagdelijk terrein: dries en hei zover het oog reikte. Het duurde echter niet lang of ook zuidelijk van de Gijsbrecht verrezen enkele rijen woningen en zo werd deze straat in de loop van een luttel aantal jaren het levendig en zeer gezellig middelpunt van het gehele Bloemenkwartier. In dit artikel willen wij ons verder beperken tot het oudste gedeelte, nl. dat tussen Neuweg en Bosdrift, waar ook de meeste winkels werden gevestigd.



De Gijsbrecht met betonplaten.
 Ouderen zullen zich nog herinneren dat er oudtijds in ons dorp verschillende diamantslijperijen waren. Bijvoorbeeld in de Liebergerweg, de Leeghwaterstraat, de Floralaan, de Kerklaan en op de hoek van Gijsbrecht en Hortensiastraat. Die brachten vele Amsterdammers naar Hilversum. Vooral in de Gijsbrecht woonden verscheidene diamantbewerkers. Zij verdienden grof geld: sommigen wel zo'n fl. 125 per week. En dat voor die tijd! Zij namen het er mirakel goed van, vooral wat eten en drinken betreft. Dat kon trouwens wel ook, want een pond schouderkarbonade (en wat voor vlees) kostte 35 cent, een pond runderlappen 45 cent. Biefstuk vond men toen al hoog aan de prijs liggen: een pond van de beste biefstuk van de haas kostte 90 cent. Kom daar vandaag de dag eens om! De diamantslijpers smeten met geld. Was één van hen dronken dan liet hij zich deftig in een rijtuig naar huis brengen, het kon niet op, man! En wat te zeggen van Dinges die op een tiende lot de honderdduizend trok; hij moest noodwendig een kristallen lamp van fl. 1200 kopen. Die lamp kwam hij zeker net nog tekort. Wie het breed heeft laat het breed hangen.


(Uit: 'Wij in Hilversum, 14-de jaargang no. 60, maart 1969'.)      

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen